![]() |
Boekhout van Solinge,
Tim (1996), Cannabis in Frankrijk. In: Peter Cohen & Arjan Sas (Eds.)
(1996), Cannabisbeleid in Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten.
Amsterdam: Centrum voor Drugsonderzoek, Universiteit van Amsterdam. pp.
86-94.
© Copyright 1995 Tim Boekhout van Solinge. All rights reserved. 2. De prevalentie van cannabisgebruikSubtitle
Er bestaan in Frankrijk jammer genoeg weinig betrouwbare prevalentiecijfers met betrekking tot cannabis; cijfers over langere termijn bestaan in het geheel niet. Hier komt nog bij dat met de presentatie van de weinige cijfers die er zijn nogal onvoorzichtig wordt omgesprongen. De media roepen bijvoorbeeld wel eens dat er in Frankrijk vijf miljoen cannabisgebruikers zijn (gebaseerd op één steekproef van het SOFRES uit 1992), terwijl dit in feite ging om mensen die ooit één keer cannabis hebben geprobeerd. Een andere studie die veel wordt aangehaald is van Marie Choquet & Sylvie Ledoux van het INSERM. Deze cijfers zijn veel betrouwbaarder, maar het geval wil dat deze cijfers in twee recente, en niet onbelangrijke publikaties (het rapport Henrion en een rapport van Toxibase over cannabis) verkeerd worden geciteerd.[12] De steekproef van het 'SOFRES'SOFRES, het Franse equivalent van het Nederlandse Bureau Interview,
heeft in juni 1992 een nationale steekproef uitgevoerd in opdracht van
de Fondation Toxicomanie et Prévention Jeunesse naar de
consumptie van hasjiesj onder de leeftijdscategorie van 12 tot en met
44 jaar. Bij de steekproef die bestond uit 1.167 mensen van deze leeftijdscategorie,
is rekening gehouden met een representatieve vertegenwoordiging van de
seksen, leeftijden en beroepen (van het hoofd van het huishouden), alsmede
met de geografische spreiding. De gevolgde werkwijze hield in dat de enquêteurs
van SOFRES respondenten aan huis (face à face) hebben
ondervraagd in de periode 12 tot en met 26 mei 1992.
Deze uitkomsten worden door het SOFRES als volgt geanalyseerd. Ervan uitgaande dat 19% van de bevolkingsgroep 12-44 jaar hasjiesj heeft gerookt, daarbij in beschouwing nemend dat er in Frankrijk 24.500.000 personen zijn die binnen deze leeftijdscategorie vallen, kan worden geconcludeerd dat er in Frankrijk 4,7 miljoen mensen zijn die ooit cannabis hebben gebruikt. Van deze 4,7 miljoen Fransen, hebben 3,7 miljoen Fransen cannabis geprobeerd, maar hielden er mee op (d.i. 15%, bestaande uit 7%+3%+5%). Twee miljoen van deze 3,7 miljoen hielden het bij één keer (3%+5%). 1 miljoen van de 4,7 miljoen Fransen zijn cannabis blijven gebruiken (4%, 1%+3%), waarvan 250.000 geregeld (1%) en 750.000 af en toe (3%). Kijkt men naar de verschillende leeftijdsgroepen, dan komen de volgende cijfers naar voren:
Als men kijkt naar de frequentie van het roken van hasjiesj, dan komt naar voren dat van degenen die nog hasjiesj roken of dat vroeger hebben gedaan (19% van het totaal), 55% hiervan minstens één keer per maand rookt(e). Gespecificeerd naar de verschillende leeftijdscategorieën, komt het volgende naar voren:
De steekproeven van het 'Comité Français d'Education pour la Santé' (CFES)Het Comité Français d'Education pour la Santé (CFES) heeft in een rapport (een Note de Synthèse) uit september 1992 de prevalentiecijfers van drie van zijn steekproeven gecombineerd. De drie nationale steekproeven zijn uitgevoerd in respectievelijk november 1990, juli 1991 en juli 1992. De steekproeven bestonden uit respectievelijk 1.004, 1.028 en 719 personen in de leeftijd van 12 tot en met 50 jaar. Bij deze steekproeven is dezelfde werkwijze gehanteerd als bij het SOFRES, dat wil zeggen dat de respondenten face à face aan huis zijn ondervraagd. De representativiteit van de steekproeven is gewaarborgd doordat rekening is gehouden met de sekse, leeftijd en het beroep van het hoofd van het huishouden. Het percentage van de respondenten dat verklaarde ooit cannabis te hebben
gebruikt, bedroeg in november 1990, juli 1991 en juli 1992 respectievelijk
27%, 21%, en 21%.
Omdat er bij deze steekproef geen vragen werden gesteld over de frequentie van het gebruik, zijn hier geen gegevens over. De schommelingen tussen de uitkomsten van de verschillende jaren (tussen november 1990 en juli 1991 slechts 8 maanden) werpen vragen op over de betrouwbaarheid van de cijfers (maar volgens het CFES waren de steekproeven representatief). Baromètre SantéHet CFES heeft daarnaast nog nationale steekproeven gehouden voor de uitgave Baromètre Santé 1992 en Baromètre Santé 1993/1994. Een deel van de vragen gaat over druggebruik. Voor Baromètre Santé 1992 is in november 1992 een
steekproef van 2.009 personen genomen uit de bevolking van 18 tot en met
75 jaar. Hiervoor werd allereerst een (aselecte) lijst met telefoonnummers
gebruikt die was verstrekt door France Telecom. Vervolgens werd
uit deze selectie een aselecte steekproef genomen om te komen tot een
lijst met telefoonnummers die zouden worden gebeld. Eenmaal dit nummer
gebeld, werd een persoon geselecteerd op grond van de 'eerste verjaardag':
degene die het eerste jarig zou zijn werd uiteindelijk geënquêteerd. Gespecificeerd naar verschillende leeftijdscategorieën bedragen de percentages van mensen die verklaren hasjiesj te hebben gebruikt (afgerond op hele procenten):
De opstellers van Baromètre Santé 1992 vergelijken deze prevalentiecijfers (van november 1992) met die van de drie steekproeven (van november 1990, juli 1991 en juli 1992) die eveneens door het CFES zijn uitgevoerd. In de drie leeftijdscategorieën die zijn te vergelijken (18-24 jr., 25-34 jr. en 35-50 jr.), is dan een flinke daling in de prevalentie waar te nemen:
Alhoewel men vraagtekens kan zetten bij cijfers volgens welke de prevalentie van het gebruik van hasjiesj in een periode van twee jaar (van november 1990 tot november 1992) aanzienlijk daalt (18-24 jr. van 40% naar 22%, een daling van 45%; 25-34 jr. van 36% naar 22%, een daling van 39%), zien de opstellers van Baromètre Santé 1992 hier een dubbele ontwikkeling: enerzijds een aanzienlijke daling van het aantal mensen dat verklaart hasjiesj te hebben gebruikt, anderzijds een zekere 'vrijheid van uitdrukking' van de zijde van de druggebruikers. Deze tolerantie doet de opstellers tot de conclusie komen dat de onderwaardering van de verklaringen relatief gering is en dat de cijfers goed de realiteit weergeven.[13] Daarnaast heeft het CFES ook een Baromètre Santé 1993-1994
uitgegeven.[14]
De steekproef bestond uit 1.950 personen in de leeftijd van 18 tot en
met 75 jaar. Ook hier werden de respondenten telefonisch benaderd. Dit
gebeurde in de periode van 29 november tot en met 23 december 1993. De enquête 'Adolescents' van Marie Choquet & Sylvie LedouxMarie Choquet & Sylvie Ledoux hebben voor het Institut National
de la Santé et de la Recherche Médicale (INSERM) in
april 1993 onder 12.466 schoolgaande jongeren in de leeftijd 11 tot en
met 19 jaar, een enquête gehouden.[15]
Deze enquête werd nationaal uitgevoerd, in 186 (grote en kleine)
onderwijsinstellingen over het land verspreid. De steekproef was representatief
en werd getrokken op drie niveaus: onderwijsregio's (académies),
schoolinstellingen en klassen. Een aantal vragen in de enquête ging
over het gebruik van drugs, waaronder hasjiesj. Onder de 'ouderen', dat wil zeggen de 18- en 19-jarigen, heeft van de
jongens 39% ooit drugs gebruikt; voor de meisjes is dit 19% (gemiddeld
29%). Uitgaande van de veronderstelling dat het aandeel van hasjiesjgebruik
op het totale druggebruik (80%), ook geldt voor deze groep van 18- en
19-jarigen, bedraagt het percentage van de 18- en 19-jarigen dat hasjiesj
heeft gebruikt voor jongens en meisjes respectievelijk 31% en 15% (gemiddeld
23%). De enquête van het 'Institut National de Recherche Pedagogique' (INRP)Het Institut National de Recherche Pedagogique (INRP), onderdeel
van het Ministerie van Onderwijs, heeft in 1991 een enquête uitgevoerd
naar (ondermeer) het druggebruik onder de scholieren van de lycées
in de steden Lille, Nice en Parijs.[16]
Lycées in Frankrijk zijn te vergelijken met de hogere klassen
van de middelbare school. De leeftijd is van 15 tot en met 19 jaar, met
een gemiddelde leeftijd van 17 jaar. 2.335 lycéens hebben
meegedaan aan de enquête. Het deel van deze jongeren dat verklaarde ooit drugs te hebben gebruikt, bedroeg:
Het (gewogen) gemiddelde bedroeg 22%. In 94% van de gevallen kwam dit
druggebruik neer op het gebruik van cannabis.
De urinetests van het Ministerie van DefensieSinds een aantal jaren doet het Franse leger urine-onderzoek onder dienstplichtigen.
Hierbij wordt ook onderzocht bij hoeveel personen cannabissporen in het
bloed worden aangetroffen. Niet altijd is dezelfde werkwijze gevolgd,
waardoor de gegevens soms niet met elkaar zijn te vergelijken.
In 1993 is aan de dezelfde populatie de vraag gesteld wie reeds een keer
cannabis had gebruikt. 35% van de ondervraagden beantwoordde deze vraag
positief. Nog enkele kwalitatieve gegevensIn het Rapport Henrion worden de prevalentiecijfers van het SOFRES
en van het INSERM (door Marie Choquet & Sylvie Ledoux) genoemd. Het
Rapport stelt hierover dat 'deze cijfers tamelijk optimistisch zijn, omdat
andere studies laten zien dat 80% van de jongeren ooit hasjiesj heeft
gerookt, welk aandeel in sommige wijken volgens straatwerkers stijgt tot
90%'.[18] De zojuist genoemde opmerking uit het Rapport Henrion over de hoge prevalentie
van cannabis in bepaalde wijken is in overeenstemming met de waarnemingen
van de onderzoeksgroep Groupe de Recherche et d'Analyse du Social et
de la Sociabilité (GRASS) van de Université
Paris VIII.[21]
Deze onderzoeksgroep voert sinds begin 1995 een onderzoek uit in een viertal
wijken, of beter gezegd wooncomplexen (cités), in de noordoostelijke
voorsteden van Parijs (in het departement Seine-Saint-Denis). Dit departement
geldt over het algemeen als het meest problematische van Frankrijk: een
(zeer) hoge concentratie van immigranten, gepaard gaande met armoede,
werkloosheid, geweld, bendes, etc. In een studie van de Conseil National de Villes en het Maison
des Sciences de l'Homme, die als doel had duidelijkheid te krijgen
over de geruchten als zou er een belangrijke ondergrondse drugseconomie
bestaan in bepaalde wijken (voorsteden) in Frankrijk, worden ook cijfers
genoemd over de prevalentie van cannabis.[22] Tot slot nog een laatste (kwalitatieve) opmerking ten aanzien van de
prevalentie van cannabis in Frankrijk. Verschillende personen die bekend
zijn met zowel Frankrijk als Nederland (onder wie de auteur van dit rapport),
zijn van mening dat er in Frankrijk meer cannabis wordt gebruikt dan in
Nederland. Alhoewel het onmogelijk is deze stelling met feitelijke gegevens
te ondersteunen, kan er wel worden gewezen op enkele verschillen die er
in dit opzicht lijken te bestaan tussen Frankrijk en Nederland.
|
Last update:
February 9, 2010
|