Drug use statistics Library Home Home Universiteit van Amsterdam
Boekhout van Solinge, Tim (1996), De aanbodzijde van heroïne. In: Boekhout van Solinge, Tim (1996), Heroïne, cocaïne en crack in Frankrijk. Handel, gebruik en beleid. Amsterdam, CEDRO Centrum voor Drugsonderzoek, Universiteit van Amsterdam. pp. 13-31.
© Copyright 1996 Tim Boekhout van Solinge. All rights reserved.

[PDF] [French] [Previous] [Contents] [Next]

Heroïne, cocaïne en crack in Frankrijk

1  De aanbodzijde van heroïne

Tim Boekhout van Solinge

1.1  Inleiding

De mate van de vraag naar, en het aanbod van drugs is altijd deels onbekend. Hiermee is dan ook onmiddellijk de beperking aangegeven van een studie zoals deze, die poogt deze markt in kaart te brengen. De belangrijkste reden voor deze onzekerheid is uiteraard gelegen in het feit dat drugs illegaal zijn, wat als consequentie heeft dat het gebruik en de handel zich in het verborgene afspelen. De vraag- en aanbodkant blijven daarom tot op zekere hoogte in het ongewisse.

Over de aanbodzijde van heroïne, ofwel de handel, is niet veel bekend. Op dit terrein zijn er immers weinig betrouwbare bronnen. Er zijn natuurlijk de drugsonderscheppingen, maar de eeuwige vraag hierbij blijft hoeveel deze onderscheppingen vertegenwoordigen van de totale markt. Zelfs aanzienlijke onderscheppingen blijken de marktprijs niet of nauwelijks te beïnvloeden. Interpol gaat er over het algemeen van uit dat ongeveer 10% van de drugs die in omloop zijn worden onderschept.[4]

Er zijn organisaties die schattingen maken van de omvang van de drugshandel zoals Interpol, de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst Drug Enforcement Administration (DEA) en het Observatoire Géopolitique des Drogues (OGD), een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat is gevestigd in Parijs. Het zijn met name de publikaties van deze laatste organisatie waarop een deel van dit hoofdstuk is gebaseerd.[5]

In dit hoofdstuk wordt allereerst aandacht geschonken aan de context van de heroïnehandel. Waar komt de opium, de grondstof van heroïne, vandaan en via welke wegen belandt de heroïne uiteindelijk de Westeuropese markt? Vervolgens zal worden ingegaan op de heroïne die in Frankrijk wordt onderschept. Deze cijfers zullen daarbij in de context worden geplaatst van de hoeveelheden die er in verschillende landen van de Europese Unie worden onderschept. Zoals zal blijken, is een aanzienlijk deel van de in Frankrijk onderschepte heroïne uit Nederland afkomstig. Deze cijfers zullen worden getoond en aan een nadere beschouwing worden onderworpen. De meeste cijfers die in dit hoofdstuk worden gepresenteerd, hebben betrekking op 1994. Op enkele plaatsen worden recentere cijfers van 1995 gebruikt.[6] Het hoofdstuk wordt besloten met een kort overzicht van de prijs, kwaliteit en verkrijgbaarheid van de heroïne in Frankrijk.

1.2  De context: de heroïnehandel in Europa

De heroïne die in Europa is te verkrijgen wordt gemaakt op basis van opium uit verschillende Aziatische landen. De meeste heroïne is bruin van kleur; zij wordt gemaakt van opium dat afkomstig is uit landen als India, Pakistan en -vooral- Afghanistan. Naar schatting vormt Afghaans opium de basis van 70% à 80% van de heroïne op de Europese markt.[7]

Naast bruine bestaat er ook witte heroïne. Deze is afkomstig uit de landen van de gouden driehoek, te weten Burma, Cambodja, Laos en Thailand. Witte heroïne is in Europa redelijk zeldzaam, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Noord-Amerika waar witte heroïne de markt domineert.

De heroïne in Europa is dus in de meeste gevallen bruin van kleur en wordt gemaakt op basis van opium dat -hoofdzakelijk- uit Afghanistan afkomstig is. Belangrijke transitolanden voor het transport naar Europa zijn Pakistan, Iran en Turkije. Turkije speelt een centrale rol binnen de verdere handel in de richting van West-Europa. In zekere zin is dit goed te verklaren, want verschillende factoren maken het land hiervoor bij uitstek geschikt.

Ten eerste heeft Turkije een zeer gunstige geografische ligging. Gelegen op het kruispunt van Europa, Azië, het Midden-Oosten en de Middellandse Zee, beschikt het over zowel goede land- als zeeverbindingen. Over land heeft Turkije verbindingen met Griekenland, Syrië, Irak, Iran en de Kaukasische republieken; via de Zwarte en Middellandse Zee heeft Turkije verbindingen met Bulgarije, Roemenië, Oekraïne en Rusland en het gehele mediterrane gebied. Turkije beschikt niet alleen over deze mogelijkheden, ook feitelijk heeft Turkije veel internationale contacten. Van oudsher, sinds het Ottomaanse rijk, heeft Turkije zijn invloedssferen liggen in oostelijke richting, die nog worden vergemakkelijkt door de linguïstische verwantschap met verschillende landen van het GOS, te weten Azerbeidjan, Oezbekistan, Kirchizië en Turkmenistan. In West-Europa beschikt Turkije over een contactennetwerk dankzij de Turkse (en Koerdische) diaspora.

Hier komt nog bij dat Turkije, gelet op de internationaal-politieke constellatie, ook in geopolitieke zin zeer strategisch is gelegen. Het land vormt voor Europa het bruggehoofd met Azië en het Midden-Oosten en is mede daardoor sinds 1952 een belangrijke partner van de NAVO. Turkijes gunstige geopolitieke ligging verklaart waarom het land door het westen niet al te kritisch wordt bejegend, zoals weer bleek bij de totstandkoming van de douane-unie met de Europese Unie. De handelscontacten tussen de Europese Unie en Turkije worden, met ander woorden, geen strobreed in de weg gelegd. Elke handel, zo ook de drugshandel, kan hiervan profiteren.

Volgens het onafhankelijke internationale onderzoeksinstituut Observatoire Géopolitique des Drogues is de heroïnehandel met bestemming Europa meer dan ooit een Turkse specialiteit, waarbij ook met Italiaanse criminele organisaties wordt samengewerkt. Zowel Turken als Koerden spelen een belangrijke rol binnen deze handel.[8] Een groot gedeelte van de heroïne bereikt West-Europa over land met personenauto's en vrachtwagens. Niet alleen is Turkije een belangrijk transitoland van heroïne, ook wordt er steeds meer morfinebase tot heroïne verwerkt in Turkse laboratoria. Naar schatting wordt 80% van de heroïne op de Europese markt verwerkt in deze laboratoria.[9]

Traditioneel ging de handel vanuit Turkije hoofdzakelijk via de zogenaamde Balkanroute. Sinds de oorlog in voormalig Joegoslavië en het uiteenvallen van de USSR zijn de handelskanalen gediversificeerd en lopen deze steeds via Oost-Europa en (een deel van) de Middellandse Zee.[10] Een nieuwe ontwikkeling die zich hierbij voordoet is dat ook andere bevolkingsgroepen, met name uit Midden- en Oost-Europa, zich hebben gestort op deze lucratieve handel.

Nog steeds bereikt de meeste heroïne West-Europa over land. Zij vindt dus niet, zoals men snel geneigd is te denken, via schepen haar weg naar Europa. Het feit dat Rotterdam tegenwoordig een verkooppunt van heroïne is, met name voor heroïnegebruikers uit Noord-Frankrijk, heeft dan ook weinig te maken met het feit dat de stad over een grote haven beschikt.[11]

Zoals gezegd bereikt de meeste heroïne West-Europa over land. Of zij nu via de (traditionele) Balkanroute of via de nieuwere, Oosteuropese routes naar het westen komt, Duitsland is in de meeste gevallen de 'poort' tot de Europese Unie. Volgens de statistieken van de Organisation mondiale des douanes (World Customs Organization) was Duitsland in 1994 verantwoordelijk voor 30% van de totale hoeveelheid onderschepte heroïne in de Europese Unie.[12]

Belangrijke bestemmingslanden van de heroïne zijn in de eerste plaats de landen met een grote Turkse en Koerdische gemeenschap, waarvan Duitsland en Nederland weliswaar de belangrijkste zijn, maar niet de enige: ook België, Groot-Brittannië en Spanje hebben aanzienlijke Turkse gemeenschappen. Andere belangrijke bestemmingslanden zijn uiteraard landen waar zich een interessante afzetmarkt bevindt.

De hoeveelheden heroïne die ergens worden onderschept zeggen vaak iets over de wijze waarop de handel functioneert. Hoe groter de onderschepte hoeveelheden zijn, des te waarschijnlijker is het dat men 'hogerop' in het handelskanaal zit. Wat dit betreft bestaat er een groot verschil tussen de hoeveelheden cocaïne en heroïne die in Europa worden onderschept. Cocaïne komt uit Zuid-Amerika en bereikt Europa per boot. Bij de handel gaat het vaak om grote hoeveelheden en het is geen uitzondering -al is het ook geen wekelijks verschijnsel- dat één of zelfs verschillende tonnen cocaïne worden onderschept.[13]

Heroïne daarentegen wordt in West-Europa nooit in hoeveelheden van tonnen onderschept. Een onderschepping van enkele honderden kilo's geldt al als een buitengewoon grote vangst die zelden voorkomt; een vangst van enkele tientallen kilo's heroïne wordt over het algemeen al beschouwd als 'groot'. Buiten West-Europa daarentegen, zoals in Oost- en Zuidoost-Europa en vooral in landen als Iran, Pakistan of Turkije, komt het wèl voor dat hoeveelheden van enkele honderden kilo's of zelfs een ton worden onderschept. Dit duidt er op dat het ('echte') groothandel betreft en dat men hoog in het handelskanaal zit.

Deze gegevens wijzen er op dat de heroïnehandel in Europa, vergeleken met die van de cocaïne, veel kleinschaliger is, en daardoor ook veel moeilijker te doorgronden. De in vergelijking met cocaïne relatief kleine hoeveelheden heroïne die in West-Europa worden onderschept, doen daarom vermoeden dat men ook daadwerkelijk minder grip heeft op de handel in heroïne en dat, met andere woorden, een relatief klein deel van de handel wordt onderschept.

Naast de reeds lang bestaande Europese netwerken, komen sinds enkele jaren steeds meer drugs via (West-)Afrika naar Europa. De publikaties van het Observatoire Géopolitique des Drogues wijzen op de steeds belangrijker rol die Afrikaanse landen gaan spelen binnen de internationale drugshandel. Ook de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA signaleert deze ontwikkeling. Het land dat een sleutelrol speelt binnen deze handel is Nigeria. Naast de voorname rol van Westafrikaanse landen binnen de handel, vindt er ook in Oostafrikaanse landen veel transitohandel plaats. Een tekenend voorbeeld hiervan is een vangst die begin 1996 werd gedaan in Tanzania: een ongekend grote hoeveelheid heroïne van twee ton met bestemming Oekranië werd hier onderschept. Het ging om op één de grootste heroïnevangst aller tijden en de grootste die buiten een produktieregio werd gedaan.[14] Dit voorbeeld geeft wel aan dat de handelskanalen van een drug als heroïne zeer divers lopen.

Naast de meer georganiseerde handel, bestaat er natuurlijk ook de handel van kleine netwerken en de ongeorganiseerde handel van mensen die met een hoeveelheid variërend van enige honderden grammen tot enkele kilo's, de heroïne (meestal) direct uit de produktielanden meenemen, in sommige gevallen deze handel combinerend met een vakantie.

1.3  De in Frankrijk onderschepte heroïne[15]

De overgrote meerderheid van de heroïne in Frankrijk is bruin van kleur. In Zuid-Frankrijk ligt de situatie wat anders omdat daar veel witte heroïne uit de gouden driehoek wordt aangetroffen. In bijvoorbeeld de steden Marseille, Nice en Lyon vindt men eerder witte, dan bruine heroïne.

De afgelopen vijf jaren werd in Frankrijk jaarlijks tussen de 300 en -ruim- 600 kilo heroïne in beslag genomen door douane, gendarmerie en politie.[16] In 1994 werden de records gebroken met 661 kilo, een stijging van 71% ten opzichte van 1993, toen 385,9 kilo heroïne werd onderschept. In 1995 daalde de hoeveelheid naar 498,6 kilo, een daling van 25% ten opzichte van 1994. De hoeveelheden heroïne die in Frankrijk worden onderschept lijken hoog, maar zijn tegelijkertijd betrekkelijk als men de 661 kilo van 1994 vergelijkt met wat er in dat jaar werd onderschept in bijvoorbeeld Duitsland (1.590 kilo) en Spanje (824 kilo).

Zoals overal, weet men niet precies welk deel deze onderschepte hoeveelheid vertegenwoordigt van de totale hoeveelheid heroïne die het land binnenkomt. Internationaal gezien wordt over het algemeen aangenomen dat onderscheppingen gemiddeld 10% vertegenwoordigen van de drugs die in omloop zijn. Van politiezijde hoort men soms hogere percentages zoals 25%, maar degelijk bewijs bestaat hier niet voor.[17]

Zoals gezegd, werd in 1994 in Frankrijk 661 kilo heroïne onderschept. In totaal werden hiervoor 20.711 aanhoudingen verricht. Dit komt neer op gemiddeld 32 gram heroïne per aanhouding. In 1995 bedroegen de heroïnevangsten 498,6 kilo, waarvoor 20.685 aanhoudingen werden verricht; een gemiddelde van 24 gram per aanhouding. Op zich zeggen deze gemiddelden niet zo veel; enkele grote vangsten kunnen het gemiddelde omhoog trekken, terwijl kleine vangsten dit naar beneden kunnen halen.

Van de 661 kilo heroïne die in 1994 werd onderschept, was de Franse douane verantwoordelijk voor 325 kilo.[18] Is van alle drugsonderscheppingen in Frankrijk 80% toe te schrijven aan de douane, voor heroïne is dit dus ongeveer de helft, namelijk 49% (325 van 661 kilo). Het overgrote deel (80%) van de heroïne die in 1994 door de douane werd onderschept, bereikte Frankrijk via het wegvervoer. Personenauto's waren hier het meest gebruikte vervoersmiddel. Het is dan ook bij deze controles (van personenauto's), zo leest men in een overzicht van de douane-activiteiten, dat de grootste heroïne-onderscheppingen hebben plaatsgevonden. De grootste betrof 43,5 kilo in het departement Aube. Daarnaast waren er verschillende grote heroïnevangsten in het departement Nord, te weten 26,8 kilo in de regio van Lille, 11,2 kilo in Halluin en 9,2 kilo in Valenciennes. Andere grote heroïnevangsten hadden plaats bij de Spaanse grens: 20 kilo in Bayonne en 12,9 kilo in Hendaye.[19] Deze vijf onderscheppingen leverden tezamen 103,6 kilo op, waarmee zij bijna een derde (32% van 325 kilo) vertegenwoordigden van de heroïne die door de douane werd onderschept.

Behalve bij het wegvervoer, onderschepte de douane ook heroïne die men via de trein of luchthaven probeerde binnen de Franse grenzen te krijgen. Van de heroïne die de douane in 1994 onderschepte, kwam 9% per trein. De douane merkt hierover op dat in de noordelijke en oostelijke grensstreken veel mierensmokkel ('trafic de fourmi') plaatsvindt. Drie onderscheppingen, alledrie met herkomst Nederland, springen er hier uit: twee op het Parijse Gare du Nord (2 en 4,7 kilo) en één van 2,9 kilo in Aulnoye.

Uiteraard werd ook heroïne op de luchthavens onderschept. In 1994 bedroeg deze hoeveelheid 34 kilo, 10,5% van wat de douane in totaal onderschepte. De hoeveelheid heroïne die op de luchthavens wordt onderschept, is stijgende. Volgens de douane is hier sprake van een soort nieuwe trend, waarbij direct wordt geïmporteerd vanuit de produktieregio's. 9,3 kilo was afkomstig uit Thailand en 15,3 uit Pakistan. Tevens noteerde de douane een toename van onderschepte hoeveelheden heroïne uit Afrika. Werd in 1993 'slechts' 1 kilo onderschept die afkomstig was uit dit continent, in 1994 steeg dit tot 9 kilo.[20]

Zoals reeds is opgemerkt in de vorige paragraaf, vindt via Afrikaanse landen steeds meer transitohandel plaats van heroïne (en cocaïne) in de richting van Europa (en Noord-Amerika). Dit geldt niet alleen voor West-Afrika -met een centrale rol voor Nigeria, gespecialiseerd in het 'leveren' van netwerken- maar ook voor Oost- en Zuidelijk Afrika.

Deze ontwikkeling doet zich ook voor in Frankrijk, waar een aanzienlijke Afrikaanse gemeenschap woonachtig is. Verschillende heroïnegebruikers in Parijs vertelden dat er niet alleen steeds meer Afrikaanse straathandelaren zijn, maar ook dat zij de heroïne (direct) uit Afrika importeren. Onduidelijk is of het gaat om Afrikaanse heroïne - Ivoorkust, Nigeria en Tsjaad zijn tegenwoordig ook produktielanden-[21] of dat het gaat om Aziatische heroïne die via West-Afrika of de Maghreb naar Europa wordt getransporteerd.[22] In ieder geval, zo wisten verschillende gebruikers, zou het gaan om Afrikaanse netwerken, die een andere heroïne aanbieden dan de 'standaard Turkse'. Dit is niet alleen te zien (de 'Afrikaanse' is wit), maar ook duidelijk te proeven of voelen. Deze witte, 'Westafrikaanse' heroïne komt in de statistieken van heroïnevangsten nog weinig voor, wat zou kunnen betekenen dat zij relatief weinig wordt onderschept. Het gaat in de meeste gevallen ook om kleine netwerken waar de politie weinig greep op heeft en die moeilijk zijn binnen te dringen.

Van de onderschepte heroïne is weinig afkomstig uit Afrikaanse landen. Hetzelfde geldt voor Europese landen als Duitsland, Italië en Zwitserland. Het wekt verbazing dat er in Frankrijk zo weinig heroïne wordt onderschept die afkomstig is uit deze landen, terwijl toch genoegzaam bekend is dat zij belangrijke doorvoerlanden zijn.

Uit cijfers van het Office Central pour la Répression du Trafic Illicite des Stupéfiants (OCRTIS), de regeringsinstantie die de gegevens van douane, gendarmerie en politie verzamelt, komt naar voren uit welke landen de in Frankrijk onderschepte heroïne afkomstig is (zie tabel 1.1).

Tabel 1.1. Herkomst van de in Frankrijk onderschepte heroïne (in kilo's)
  1990 1991 1992 1993 1994 1995
n % n % n % n % n % n %
België 12,3 3,0 6,2 1,1 16,9 5,2 39,7 10,3 9,8 1,5 44,4 8,9
Duitsland 0 0 0,1 0 0 0 0,1 0 1,3 0,2 0,9 0,2
India 37,2 9,2 20,5 3,7 5,2 1,6 0,5 0,1 0 0 14,4 2,9
Italië 0,1 0 2,9 0,5 0 0 0 0 18,0 2,7 0,0 0
Libanon 41,7 10,3 21,4 3,8 15,3 4,7 5,3 1,4 4,8 0,7 0,3 0,1
Nederland 77,5 19,1 185,4 33,0 86,2 26,3 164,9 42,7 318,9 48,2 289,8 58,1
Pakistan 12,7 3,1 30,4 5,4 42,9 13,1 16,2 4,2 103,6 15,7 0 0
Spanje 0 0 14,0 2,5 0,9 0,3 0 0 14,3 2,2 0,5 0,1
Thailand 27,0 6,7 41,4 7,4 6,1 1,9 5,0 1,3 10,0 1,5 4,1 0,8
Turkije 82,0 20,2 96.4 17,2 6,0 1,8 32,2 8,3 19,6 3,0 8,3 1,7
Zwitserland 4,3 1,1 0 0 15,9 4,9 0,4 0,1 0,4 0 1,2 0,2
Andere landen 33,2 8,2 30,8 5,5 14,1 4,3 9 2,3 16,9 2,6 9,3 1,9
Onbekend 77,2 19,1 111,7 19,9 118,2 36,1 112,6 29,2 143,4 21,7 125,4 25,2
Totaal 405,2 100 561,2 100 327,7 100 385,9 100 661,0 100 498,6 100
Bron: Statistisch jaarrapporten OCRTIS, Ministerie van Binnenlandse Zaken

Het is duidelijk dat Nederland hier de kroon spant. Was Nederland in 1990, na Turkije, nog 'goede tweede' met 19%, na 1990 is (1992 uitgezonderd) het aandeel van heroïne afkomstig uit Nederland bijna voortdurend blijven stijgen. In 1994 was dit bijna de helft (48%) van de totale onderschepte hoeveelheid heroïne, terwijl deze hoeveelheid in 1995 op 58% kwam. Hier moet bij worden aangetekend dat deze relatieve stijging in procenten (van 48% naar 57%) in absolute hoeveelheden een daling betekende. In kilo's gezien daalde namelijk de hoeveelheid heroïne die uit Nederland kwam en in Frankrijk werd onderschept. Van 318,9 kilo in 1994 daalde deze naar 289,8 kilo in 1995. Deze cijfers van het OCRTIS, die betrekking hebben op de onderscheppingen van de douane, gendarmerie en politie, spreken dus de cijfers tegen van senator Masson, volgens wie maar liefst 84% van de in Frankrijk onderschepte heroïne uit Nederland komt.[23]

Wordt alleen gekeken naar de hoeveelheid heroïne die in 1994 door de douane werd onderschept, te weten 325 kilo, dan was maar liefst 68% afkomstig uit Nederland. Een derde percentage dat in dit verband ook wel wordt genoemd is 61%. In dat geval gaat het om 61% van de heroïne waarvan men de herkomst heeft kunnen identificeren. Dit is dus zonder de 143,4 kg (21,7%) waarvan de herkomst onbekend is.

De Franse douane schrijft de stijging van de heroïne die afkomstig is uit Nederland toe aan het wegvallen van de binnengrenzen (van de Europese Unie), waardoor het gemakkelijker is geworden drugs te halen in Nederland, volgens de Franse douane het voornaamste Europese distributiecentrum van heroïne in Europa.[24]

Aangezien er verschillende cijfers circuleren met betrekking tot dit onderwerp, dat bovendien politiek zeer gevoelig ligt -met het gevaar dat cijfers mogelijk een eigen leven gaan leiden-, is het goed hier enige duidelijkheid in aan te brengen. Wil men weten welk deel van de heroïne die in 1994 in Frankrijk werd onderschept uit Nederland afkomstig was, dan dient het antwoord 48% te zijn. Voor 1995 dient dit 58% te zijn, waarbij -nogmaals- wordt opgemerkt dat deze stijging in procenten niet betekende dat er ook meer kilo's uit Nederland afkomstig waren. In kilo's gezien daalden de hoeveelheden heroïne uit Nederland van 318,9 kilo in 1994 naar 289,8 kilo in 1995.

In Frankrijk wordt vaak gewezen op de Nederlandse betrokkenheid bij de internationale drugshandel. Uiteraard is dit niet voor niets, want de cijfers liegen er niet om.

Ondanks deze niet te ontkennen harde cijfers, en daardoor niet te bagatelliseren omvang van de handel, zou men zich kunnen afvragen of de Nederlandse herkomst van de heroïne in Frankrijk niet wordt overschat of, anders gesteld, andere herkomstlanden niet zijn ondervertegenwoordigd in de statistieken. Zojuist is er al op gewezen dat het toch enigszins vreemd is dat sommige, in Europa belangrijke transitolanden nauwelijks in de statistieken van onderschepte heroïne terug zijn te vinden.

Zo is het in de eerste plaats opvallend, dat het aandeel van de onderschepte heroïne afkomstig uit Turkije de afgelopen jaren zo is gedaald, terwijl het grootste deel van de heroïne op de Europese markt afkomstig is uit dit land. Werden er in 1990 en 1991 nog respectievelijk 82,0 en 96,4 kilo afkomstig uit Turkije onderschept, in de drie jaren daarna is deze hoeveelheid aanzienlijk gedaald: in 1992, 1993, 1994 en 1995 tot respectievelijk 6; 33,2; 19,6 en 8,3 kilo.

Vervolgens wekt het verbazing dat zo weinig heroïne wordt onderschept uit andere transitolanden dan Nederland. Gegeven het feit dat de verschillende handelsroutes van heroïne vanuit Turkije hoofdzakelijk via het wegvervoer lopen, is het opvallend dat zo weinig van de onderschepte heroïne afkomstig is uit andere of 'eerdere' doorvoerlanden als Duitsland, Italië, Oostenrijk, Zwitserland en verschillende landen in Oost-Europa en de Balkan. Italië bijvoorbeeld is een belangrijk doorvoerland van heroïne. De heroïnevangsten in dit land zijn dan ook aanzienlijk. Het is daarom vreemd dat er weinig heroïne aan de Frans-Italiaanse grens wordt onderschept. 1994 was een uitzonderlijk jaar toen 18 kilo heroïne uit Italië in Frankrijk werd onderschept, maar in andere jaren ging het hier om kleine hoeveelheden. In 1995 was van de in Frankrijk onderschepte heroïne slechts 2 gram uit Italië afkomstig.[25]

De -mogelijke- ondervertegenwoordiging van andere landen dan Nederland in de statistieken geldt met name voor Duitsland, aangezien de heroïne die men in Nederland aantreft, voor een belangrijk deel via Duitsland het land binnen is gekomen. In feite speelt Duitsland, (veel) meer dan Nederland, een sleutelrol in de heroïnehandel in de Europese Unie.[26] Zoals al is opgemerkt in de vorige paragraaf, of de handelsroutes van heroïne nu lopen via de traditionele Balkanroute of via de nieuwere Oosteuropese routes (bijvoorbeeld via Tsjechië), Duitsland is in de meeste gevallen het land waar de heroïne de Europese Unie binnenkomt. Om deze reden is Duitsland zojuist, voor wat betreft de heroïne, de 'poort' tot de Europese Unie genoemd.

Hierbij moet natuurlijk niet worden vergeten dat Duitsland de grootste Turkse gemeenschap van Europa heeft, bestaande uit 2 miljoen Turken en Koerden. Eerder is er al op gewezen dat een groot van de heroïnehandel in Europa in handen is van Turken, of beter gezegd de Turkse diaspora. Het kan hierdoor niet anders zijn dan dat Duitsland op zijn minst een rol speelt bij deze heroïnehandel. Hier komt nog bij, maar dit is op zich van ondergeschikt belang, dat Duitsland, met zo'n 100.000 tot 120.000 heroïneverslaafden, ook een interessante afzetmarkt van heroïne is.[27]

De centrale rol van Duitsland voor wat betreft de Europese heroïnehandel, blijkt ondermeer uit de onderscheppingen. In juni en juli 1994 werd in Duitsland 560 kilo heroïne onderschept, bijna de hoeveelheid die in heel 1994 in Frankrijk werd onderschept.[28] Bezien over het gehele jaar 1994 was de Duitse douane verantwoordelijk voor 30% van de heroïne-onderscheppingen in de Europese Unie.

Uit deze gegevens volgt de logische vraag: als Duitsland zo'n centrale rol in dit verband speelt en ook de heroïne die in Nederland wordt aangetroffen via Duitsland op de markt komt, waarom is dan zo veel van de in Frankrijk onderschepte heroïne uit Nederland afkomstig, en nagenoeg niets uit Duitsland?

Het antwoord op deze vraag kan niet met zekerheid worden gegeven. Fransen zouden hier kunnen aanvoeren dat dit nu eenmaal komt doordat Nederland een draaischijf is van de internationale drugshandel, waaronder ook de heroïnehandel. Nederlanders daarentegen, zouden kunnen aanvoeren dat zo veel van de onderschepte heroïne uit Nederland komt, omdat het verkeer uit Nederland zo veel wordt gecontroleerd. Waarschijnlijk hebben beide beweringen een deel van de waarheid in zich.

Toch blijft het vreemd dat zo veel van de onderschepte heroïne uit Nederland afkomstig is, en zo weinig uit Duitsland. Een mogelijke, en zelfs waarschijnlijke verklaring is dat de Noordfranse grens (die richting België en Nederland) in Frankrijk wordt gezien als relatief 'onveilig', terwijl die met Duitsland geldt als 'veilig', wat ondermeer gevolgen heeft voor de bezettingsgraad van de verschillende grensposten.

De Frans-Duitse grens wordt blijkbaar als 'veilig' beschouwd en dientengevolge wordt er weinig gecontroleerd. Uiteraard speelt hier mee dat, met het oog op de Franse-Duitse vriendschapsrelatie, men hier niet te veel belemmeringen wil opwerpen. De 'onveilig' geachte Noordfranse grens daarentegen, wordt in Frankrijk wel de best beveiligde Franse buitengrens genoemd.[29] Dit impliceert dus dat er relatief veel controles plaatsvinden bij de Noordfranse grens -op zich niets nieuw voor een Nederlander die geregeld naar Frankrijk reist-, wat de pakkans bij deze grens groter maakt dan bij andere grenzen.

Indien men redeneert vanuit het oogpunt van de Franse douane, dan valt te begrijpen dat zij veel controleert aan de Noordgrens, omdat een aanzienlijk, en nog steeds stijgend deel van de onderschepte heroïne uit Nederland komt. Tevens valt te begrijpen dat de Franse heroïnegebruiker of kleine handelaar voor heroïne naar Nederland gaat: de stof is in Nederland relatief eenvoudig te verkrijgen, de prijzen zijn lager en de kwaliteit (zuiverheid) is hoger.[30]

Bezien vanuit het oogpunt van de grote handelaar, is het echter juist níet logisch dat zulk een aanzienlijk deel van de onderschepte heroïne uit Nederland afkomstig is. Immers, de heroïne vindt via de Balkanroute of Oost-Europa haar weg naar West-Europa, waarbij Duitsland in de meeste gevallen fungeert als porte d'entrée van de Europese Unie. Waarom dan niet direct vanuit Duitsland heroïne importeren, in plaats van naar Nederland om daar heroïne te gaan halen die uit Duitsland afkomstig is? Met andere woorden, waarom een (moeilijke) omweg maken als er een veel kortere en eenvoudigere route bestaat? Betrekt men hierbij dat elke professionele drugshandelaar, gelijk elke 'gewone' handelaar, een risico-analyse maakt van de verschillende mogelijkheden, en dat het deze drugshandelaar bekend is dat de kans op controle bij de Noordfranse aanzienlijk groter is dan bij de Oostelijke grens van Frankrijk, dan is het, vanuit zijn oogpunt gezien, allesbehalve slim te kiezen voor de handelsroute Nederland-België-Frankrijk. Logisch redenerend zou men dus verwachten dat een professionele handelaar een andere handelsroute prefereert.

De cijfers echter, zoals we al hebben gezien, liegen er niet om. Waarom is er dan toch zo veel heroïne afkomstig uit Nederland?

Het heroïneverkeer tussen Nederland en Frankrijk kan in de eerste plaats worden verklaard vanuit het prijsmechanisme. In Nederland ligt de prijs voor heroïne lager dan in Frankrijk, waar nog bij komt dat de heroïne een grotere zuiverheid heeft. Met ander woorden, meer kwaliteit voor minder geld. Het is dan ook begrijpelijk dat Franse gebruikers hun heroïne wel eens in Nederland gaan halen. In Nederland is men uiteraard op de hoogte van dit verkeer; men hoeft maar naar Rotterdam. Een kijkje in Rotterdam leert overigens dat het vooral Fransen zijn die in Rotterdam drugs komen kopen.[31]

De heroïnehandel die is ontstaan als gevolg van dit prijsmechanisme kan niet worden ontkend: in 1994 was bijna de helft van de onderschepte hoeveelheid uit Nederland afkomstig, namelijk 318,9 van de 661 kilo. In 1995 kwam meer dan de helft (58%) van de onderschepte hoeveelheid heroïne uit Nederland, te weten 289,8 van de 498,6 kilo. De omvang van deze handel is niet te bagatelliseren, maar tegelijkertijd zou men zich kunnen afvragen of het wel om zulke grote hoeveelheden heroïne gaat die uit Nederland komen en in Frankrijk worden onderschept. Als men wat preciezer kijkt naar de verdeling van de onderschepte heroïne, dan gaat het bij deze onderscheppingen voor een aanzienlijk deel uit 'kleine jongens' en toevalstreffers, zo lijkt het. Met andere woorden, er zijn relatief weinig echt grote onderscheppingen.

Bovendien weet men niet hoeveel van de drugs die er op de markt zijn worden onderschept. Eerder is al aangegeven dat als internationale stelregel het percentage van 10% wordt gehanteerd. Kijkt men naar de Franse 'markt', ofte wel het aantal heroïneverslaafden dat, zoals we later zullen zien, ten minste 160.000 bedraagt, dan lijken de onderschepte hoeveelheden heroïne niet zo veelbetekenend. Het is in ieder geval duidelijk dat het grootste deel van de import ontsnapt aan de politie en douane. Uiteraard geldt dit niet alleen voor Frankrijk, maar voor de meeste (Europese) landen.

De cijfers van de heroïne-onderscheppingen van Frankrijk in vergelijking met andere landen overziend, kan men zich afvragen of er überhaupt wel zo veel heroïne wordt onderschept in Frankrijk. De hoeveelheden heroïne die de afgelopen jaren zijn onderschept in andere grote Westeuropese landen als Duitsland, Italië, Groot-Brittannië en Spanje zijn over het algemeen groter dan die in Frankrijk. Ook de Nederlandse heroïnevangsten zijn meestal groter dan de Franse. De heroïnevangsten van de zojuist genoemde landen zijn te zien in de volgende grafiek.[32]

Figuur 1.1. Hoeveelheid onderschepte heroïne in een aantal Europese landen.
Hoeveelheid onderschepte heroïne in een aantal Europese landen
Bron: Europol / Europol Drugs Unit (1995).

Gemeten aan de bevolkingsaantallen en de heroïnemarkten van de verschillende landen -voor zover de statistieken betrouwbaar zijn op dit laatste punt-, scoort Frankrijk niet erg goed. Men kan hier echter niet uit afleiden dat de Franse drugsbestrijding het daarom minder goed dan de rest, omdat de onzekerheidsmarge met betrekking tot de hoeveelheid in omloop zijnde drugs groot is.

Alhoewel een aanzienlijk deel van de heroïnevangsten uit Nederland komt, is enige nuancering toch wel op zijn plaats. Zonder de omvang van de handel vanuit Nederland te willen bagatelliseren, doet een kritische blik op de cijfers enigszins vermoeden dat andere aanvoerroutes in deze statistieken zijn ondervertegenwoordigd. Ook Gilles Leclair, hoofd van OCRTIS, heeft uitgesproken dat Nederland niet het enige aanvoerland van de heroïne in Frankrijk is, waar hij aan toevoegde dat er bij zijn weten geen papaver werd verbouwd in Nederland, en dat er evenmin heroïnelaboratoria zijn te vinden.[33]

Gelet op de eerdere opmerking over de bezettingsgraad van de douane en het gegeven dat er uit noordelijke richting (Nederland en België) in ieder geval drugs komen, houdt in dat er aan de Franse noordgrens relatief veel wordt gecontroleerd. Verkeer komende uit Nederland heeft een grotere kans te worden gecontroleerd dan het verkeer dat vanuit Duitsland, Zwitserland of Italië naar Frankrijk gaat. Dit alleen maakt het al aannemelijk dat er dientengevolge ook meer bij deze grens wordt onderschept. Zonder de ernst van de drugshandel vanuit Nederland in de richting van Frankrijk te onderschatten, lijkt het er op dat de spreuk "zoekt en gij zult vinden" toch enigszins van toepassing is op de situatie aan de Noordfranse grens.

1.4  De heroïne uit Nederland

Het OCRTIS spreekt in het jaarrapport van 1994 haar zorg uit over de stijgende hoeveelheid heroïne die uit Nederland afkomstig is.[34] In het rapport worden de cijfers van de jaren 1992, 1993 en 1994 op een rij gezet, waarbij wordt opgemerkt dat deze hoeveelheden jaarlijks bijna zijn verdubbeld: de hoeveelheid onderschepte heroïne uit Nederland was in deze jaren respectievelijk 86,2; 164,9 en 318,9 kilo. In 1995 daalde deze hoeveelheid naar 289,8 kilo, maar zoals eerder naar voren is gekomen, betekende deze daling in absolute cijfers tegelijkertijd een stijging van het deel dat uit Nederland afkomstig was. In 1995 was namelijk 58% van de onderschepte heroïne uit Nederland afkomstig, wat het OCRTIS er toe heeft gebracht in het rapport over 1995 speciale aandacht te schenken aan de heroïnevangsten uit Nederland. Deze paragraaf is grotendeels gebaseerd op dit overzicht.

Zoals bekend is het in Frankrijk niet alleen het OCRTIS dat zich zorgen maakt over deze ontwikkeling dat een stijgend deel van de in Frankrijk onderschepte heroïne uit Nederland afkomstig is, ook Franse politici spreken geregeld hun zorgen uit over deze kwestie. Een recent voorbeeld hiervan is het rapport van de Franse senator Masson, die onlangs een rapport publiceerde waarin ondermeer werd gewezen op de 'sleutelrol' die Nederland binnen de internationale (Europese) drugshandel zou spelen. De reacties die in het Franse parlement en de senaat naar aanleiding van dit rapport loskwamen, waren een nog duidelijker voorbeeld van de grote zorgen die men zich maakt om Nederlandse drugs die de Franse markt zouden overspoelen. Buiten het feit dat de cijfers die Masson in zijn rapport noemt niet overeenstemmen met de officiële cijfers,[35] blijft staan dat een aanzienlijk deel van de onderschepte heroïne die in Frankrijk wordt onderschept, uit Nederland afkomstig is - even afgezien van het feit of deze hoeveelheid absoluut gezien veel of weinig is. Gelet op de ernst van de kwestie en het politieke belang dat hieraan wordt gehecht, is het goed om even wat nader naar deze 'Nederlandse heroïne' te kijken: wat is de aard van deze handel; gaat het voornamelijk om kleinhandel of kan men hier toch wel van groothandel spreken?

Wellicht ten overvloede zij nogmaals opgemerkt dat drugsvangsten niet per definitie de werkelijk bestaande handelsstromen weergeven; het grootste deel van de handel ontsnapt immers aan de politie en douane. De drugsvangsten laten 'slechts' zien wat er in ieder geval plaatsvindt.

Om te beginnen een opsomming van enkele feiten. Zoals al enkele malen is opgemerkt, werd in 1995 498,6 kilo heroïne onderschept in Frankrijk. Van deze 498,6 kilo was 289,8 kilo uit Nederland afkomstig, hetgeen neerkomt op 58% van het totaal. Van de 498,6 kilo was van een kwart de herkomst onbekend. Kijkt men naar de hoeveelheden waarvan de herkomst wel bekend is (zijnde 373 kilo), dan is 77,6% afkomstig uit Nederland.

De 289,8 kilo heroïne uit Nederland was niet geheel voor de Franse markt bestemd. 183,9 kilo (63%) was bestemd voor de Franse markt; de rest, 105,9 kilo (37%), betrof dus transitohandel. De voornaamste bestemmingslanden van deze doorvoerhandel waren in 1995 Italië, Portugal en -vooral- Spanje. Van de 289,8 kilo heroïne uit Nederland was 93,0 kilo bestemd voor Spanje (32%), terwijl voor Portugal en Italië respectievelijk waren bestemd 10,2 kilo (3,5%) en 1,6 kilo (0,6%).

Als men een vergelijking maakt tussen de handel met bestemming Frankrijk enerzijds en die bestemd is voor Spanje en Portugal anderzijds, dan valt op dat het bij de transitohandel in de richting van het Iberisch schiereiland gaat om -veel- grotere hoeveelheden. Bestond het gemiddelde heroïnetransport uit Nederland bestemd voor Frankrijk in 1995 uit 294 gram (183,9 kilo in 625 onderscheppingen), voor de transitohandel naar Spanje en Portugal was dit gemiddelde vele malen hoger, namelijk 4,5 kilo. Indien men het uitsplitst naar land, dan blijkt dat de 93 kilo bestemd voor Spanje werd aangetroffen in veertien transporten, een gemiddelde van 6,6 kilo. De 10,2 kilo voor Portugal werd in negen gevallen aangetroffen, wat neerkomt op gemiddeld 1,2 kilo per transport.

Uiteraard laten deze gemiddelden wel bepaalde tendensen zien, maar ook niet alles. Enkele grote vangsten kunnen het gemiddelde immers aardig omhoog trekken. Een gemiddelde zegt op zich dan ook weinig als daar niet de verdeling bij wordt betrokken.

Het OCRTIS maakt bij haar analyse van de heroïnevangsten het onderscheid tussen de hoeveelheden die respectievelijk groter en kleiner zijn dan 50 gram. Van de onderschepte hoeveelheden die kleiner waren dan 50 gram, ging het in totaal om 25,9 kilo, waarbij van 7,9 kilo de herkomst is vastgesteld (van de rest is deze onbekend). Van deze 7,9 kilo was 7,1 kilo uit Nederland afkomstig. De hoeveelheid van 7,1 kilo uit Nederland werd onderschept in 431 verschillende vangsten, wat neerkomt op 16 gram heroïne per vangst. Deze vangsten stellen in kwantiteit niet zo veel voor (2% van de hoeveelheid heroïne uit Nederland), maar vertegenwoordigen wel 69% van het aantal onderschepte heroïnetransporten uit Nederland bestemd voor Frankrijk, te weten 431 van de 625.

De voornaamste Nederlandse plaatsen waar deze kleine hoeveelheden heroïne worden gekocht zijn Amsterdam, Breda, Maastricht, Rotterdam en Terneuzen. Zoals verwacht is Rotterdam in veruit de meeste gevallen de plaats van herkomst van deze 'mierensmokkel' ('trafic de fourmi').

Indien wordt gekeken naar de heroïnevangsten die groter waren dan 50 gram, dan betrof dit 472,7 kilo, ofwel 95% van de totale hoeveelheid die in Frankrijk in 1995 is onderschept. Van deze 472,7 kilo is van 466,3 kilo de herkomst bekend. Daarvan was 282,7 kilo afkomstig uit Nederland, ofwel 61%. Van deze 282,7 kilo was 177,0 kilo bestemd voor Frankrijk. Deze hoeveelheid werd aangetroffen in 204 vangsten, hetgeen een gemiddelde heroïnevangst betekent van 868 gram. Deze vangsten vertegenwoordigen 96% van de totale hoeveelheid heroïne uit Nederland bestemd voor Frankrijk (namelijk 177,0 van de 183,9 kilo), terwijl het aantal vangsten 33% van de onderschepte heroïnetransporten uit Nederland bestemd voor Frankrijk vertegenwoordigen (204 van de 625).

Wordt gekeken naar de Nederlandse herkomst van de hoeveelheden heroïne die groter zijn dan 50 gram, dan valt op dat Rotterdam hier een veel minder prominente rol speelt. Uit de cijfers van het OCRTIS blijkt dat grotere hoeveelheden heroïne uit Nederland in veel gevallen afkomstig zijn uit Amsterdam. Andere plaatsen die hier ondermeer worden genoemd zijn Breda, Den Haag, Diemen, Roosendaal, Rotterdam en Utrecht.

Samenvattend kan worden gesteld dat van de 183,9 kilo heroïne uit Nederland bestemd voor Frankrijk die werd onderschept in 625 vangsten, 96% van de hoeveelheid heroïne (177 van de 183,9 kilo) werd onderschept in 33% van het aantal onderschepte transporten (204 van de 625). Andersom werd 4% van de hoeveelheid heroïne onderschept in 69% van het aantal onderschepte transporten. In begrijpelijker taal gesteld, gaat het bij ruim tweederde van de gevallen waarbij iemand in Frankrijk wordt aangehouden met heroïne uit Nederland, om relatief kleine gebruikershoeveelheden.

De meeste aanhoudingen mogen dan gebruikershoeveelheden betreffen, dit laat onverlet dat een aanzienlijk deel van de onderschepte hoeveelheid van de heroïne die in Frankrijk wordt onderschept uit Nederland afkomstig is. Als het bij een groot aantal van de heroïnetransporten uit Nederland in de richting van Frankrijk gaat om relatief kleine hoeveelheden, dan impliceert dit dat er daarnaast sprake is van een -klein- aantal relatief grote vangsten.

Afgaande op de cijfers van de heroïnevangsten moet men voor de grotere hoeveelheden blijkbaar in Amsterdam zijn. Met betrekking tot de Rotterdamse situatie is het gangbare verhaal dat het hier vooral om mierensmokkel in de richting van Frankrijk gaat. Inderdaad geldt dit voor de meeste gevallen, maar aan de andere kant bestaat er toch ook de handel van 'grotere jongens'.

Het lijkt er op dat men in Nederland de omvang van de heroïnehandel onderschat. Men weet dat er veel kleinschalige handel (mierensmokkel) is tussen Rotterdam en Lille, maar zelden hoort men over omvangrijkere heroïnehandel of transporten die veel verder gaan dan Noord-Frankrijk. Wellicht gaat men er iets te gemakkelijk van uit dat het bij deze handel vooral om kleine gebruikershoeveelheden gaat en dat het 'bereik' van deze heroïne niet verder gaat dan Noord-Frankrijk en Parijs. Een nadere bestudering van de Franse cijfers leert dat het niet zo eenvoudig ligt. Weliswaar vertegenwoordigt de mierensmokkel een groot deel van het aantal transporten, maar niet zoveel van de totaal onderschepte hoeveelheid heroïne. De cijfers laten zien dat er in Frankrijk ook heroïne wordt onderschept die uit Nederland afkomstig is en een veel verdere bestemming heeft. Het gaat dan niet alleen om Zuidfranse plaatsen als bijvoorbeeld Avignon, Marseille, Orange en Toulouse, maar ook om bestemmingen die liggen in Italië, Portugal en Spanje.

1.5  Prijs, kwaliteit en verkrijgbaarheid

Prijs

De prijs die in Frankrijk voor heroïne moet worden betaald is hoog. Hier moet bij worden opgemerkt dat men het niet over de prijs kan hebben zonder ook de zuiverheid in beschouwing te nemen. Daar het is in Frankrijk niet uitzonderlijk heroïne aan te treffen met een zuiverheid van slechts 5% of 10%, zegt de prijs an sich, zonder de zuiverheid, niet zo veel. Anders gezegd, het gaat om de prijs/kwaliteit-verhouding.

Cesoni & Schiray noemen in hun overzicht uit 1992 ook de prijzen die in Frankrijk voor drugs worden betaald. Deze prijsinformatie is, zo staat vermeld, direct verkregen bij 'gespecialiseerde personen'.[36] Volgens deze bronnen bedroeg in 1990 de prijs van heroïne, met een zuiverheid van 5% tot 10%, tussen de 800 en 1.200 frank per gram. Deze prijzen zouden stabiel zijn.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken geeft sinds enige tijd een Dossier Stups (de afkorting van Stupéfiants) waarin de gemiddelde straatprijzen van verschillende drugs staan vermeld. Alle regionale recherchediensten (Services Regionaux de Police Judiciaires) hebben hieraan meegewerkt. In het Dossier Stups van april 1995 staan de prijzen voor heroïne van zowel 1993 als 1994 aangegeven.[37]

In 1993 waren de prijzen voor heroïne per gram, uitgesplitst naar verschillende grote steden als volgt:

  • Tot 800 frank: Parijs, Versailles, Lille, Marseille
  • Van 800 tot 1000 frank: Bordeaux, Toulouse, Rouen, Reims, Nancy
  • Meer dan 1000 frank: de rest van Frankrijk

In 1994 waren de prijzen voor een gram heroïne, uitgesplitst naar regio, de volgende:

  • Tot 600 frank: Nord, Pas de Calais
  • Van 600 tot 800 frank: Ile-de-France, Provence-Côte d'Azur, Normandië
  • 800 tot 1000 frank: de rest van Frankrijk
  • Meer dan 1000 frank: Bourgondië, Bretagne

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken neemt steekproeven van de doses heroïne die op straat worden aangeboden. Een dosis heroïne, die uit 0,2 gram zou moeten bestaan, weegt in de praktijk meestal minder. Het is niet ongebruikelijk dat een dosis slechts 0,1 of 0,05 gram bedraagt.[38] De prijs van een dosis is evenwel bijna altijd 200 frank. De feitelijke prijs per gram ligt daarmee aanzienlijk hoger dan de zojuist aangegeven 600 tot 800 frank.

Vergelijkt men deze prijzen met die van andere Westeuropese landen, dan liggen de prijzen in Frankrijk hoog. Het is moeilijk dit prijsmechanisme goed te verklaren. Wel kan er worden gewezen op enkele mogelijke factoren van invloed.

Elk prijsmechanisme reageert op vraag en aanbod. Eén van de mogelijke redenen van de hoge prijs van heroïne is dat de markt in Frankrijk nog niet is verzadigd. De heroïne-epidemie in Frankrijk is later begonnen dan die in bijvoorbeeld Nederland. Zag men in Nederland gedurende de jaren zeventig een verspreiding van het gebruik, in Frankrijk gebeurde dit een decennium later, met een piek halverwege de jaren tachtig. Tegenwoordig breidt de epidemie zich nog steeds uit in Frankrijk, zoals ondermeer is te zien in Noord-Frankrijk. Het feit dat er nog steeds 'groei' zit aan de vraagkant, kan ten dele de hoge heroïneprijs verklaren.

Een andere reden van de hoge prijs van heroïne in Frankrijk is waarschijnlijk dat elk druggebruik in Frankrijk strafbaar is en in principe wordt vervolgd. Cannabisgebruik wordt weliswaar lang niet altijd vervolgd, maar met heroïnegebruik is dit wel degelijk het geval. Dit betekent dat gebruikers zich moeten verstoppen en dat gebruik en klein- of straathandel zich zo veel mogelijk in het verborgene afspelen, wat de prijs kan doen opdrijven.

Tot slot, een laatste verklaring voor de hoge prijs van heroïne in Frankrijk zou kunnen zijn dat er zo weinig substitutieprogramma's zijn. In Nederland heeft men gezien dat grootschalige methadonprogramma's hebben geleid tot een daling van de heroïneprijs. Methadonprogramma's doen immers de vraag naar heroïne afnemen, wat heeft geresulteerd in een prijsdaling (de wet van vraag en aanbod).

Kwaliteit

Over het algemeen genomen is de kwaliteit van de heroïne in Frankrijk laag. Dit blijkt uit de monsters die zijn genomen door de gerechtelijke laboratoria in Lyon en Parijs.

Uit gesprekken met verschillende gebruikers komt eenzelfde beeld naar voren; volgens hen is de kwaliteit van de heroïne die op de markt wordt aangeboden, de afgelopen jaren gedaald. Dit leest men ook in het werk van Nelly Boulanger over heroïnegebruikers in het departement Seine-Saint-Denis. Volgens de geïnterviewde gebruikers is de afgelopen 10 jaar de kans om 'rotzooi' ('arnaque') te krijgen groter geworden, dat wil zeggen heroïne van zeer slechte kwaliteit, of misschien helemaal geen heroïne.[39] De lage kwaliteit en de geringe of het geheel ontbreken van enige flash, verklaart ondermeer waarom sommige gebruikers af en toe wat crack bijgebruiken en sommigen van hen zelfs geheel overstappen op deze drug.[40]

In Parijs bestaan grote verschillen in de zuiverheid van heroïne; deze kan variëren van enkele procenten tot uitschieters van 50%. Als in Parijs heroïne met een relatief hoge zuiverheidsgraad (30% tot 50%) wordt aangetroffen, dan is dit meestal in het 13e arrondissement, le quartier chinois.[41] Het gaat dan waarschijnlijk om Chinese of Vietnamese netwerken die de -witte- heroïne direct importeren. Deze witte heroïne is in Parijs echter vrij zeldzaam. Het is in Parijs überhaupt zeldzaam om heroïne van een dergelijke zuiverheid aan te treffen.

De heroïne die gewoonlijk op straat wordt aangeboden is bruin van kleur ('Turkse') en van lage kwaliteit. De zuiverheid varieert over het algemeen van zo'n 5% tot 20% (uitschieters daargelaten). In het 18e arrondissement, het deel van Parijs waar veel verslaafden te vinden zijn, is de heroïne meestal van slechte kwaliteit: 5% tot 10%. In andere arrondissementen zoals het 1e, 7e, 10e of het eerder genoemde 13e, is de zuiverheid van de heroïne wellicht hoger, maar over het algemeen echter is deze in Parijs laag.[42]

Eerder is al gewezen op de enigszins bijzondere situatie in Zuid-Frankrijk omdat daar niet zozeer bruine, maar vooral witte heroïne op de markt wordt aangeboden. Zo'n 80% van de heroïne die hier is onderschept betreft witte heroïne. Deze heroïne is onderzocht door het politielaboratorium in Lyon. De zuiverheid bleek ongeveer 15% te zijn. De stoffen waarmee de heroïne was versneden waren hoofdzakelijk cafeïne en paracetamol.

De variabele kwaliteit van de heroïne is waarschijnlijk een belangrijke verklaring voor het relatief aantal hoge aantal overdoses in Frankrijk.[43] Vergeleken met de heroïne op de Nederlandse markt is de heroïne in Frankrijk van zeer lage kwaliteit. Het relatief hoge aantal Fransen dat in Nederland (Rotterdam) overlijdt aan een overdoses kan hieruit worden verklaard.

Verschillende gebruikers in Parijs hebben er in gesprekken op gewezen dat de heroïne van zulk een lage kwaliteit is en dat deze de afgelopen jaren zo is gedaald. Werd voorheen vooral witte heroïne op de markt aangeboden (geïmporteerd door Fransen en later Chinezen), sinds eind jaren tachtig is er bijna alleen nog bruine ('Turkse') heroïne op de markt. Deze heroïne is naar zeggen van de gebruikers van lagere kwaliteit dan de Chinese.

De straathandel is in Frankrijk sinds de jaren tachtig in handen van Tunesiërs. Verkochten zij eerst de Chinese heroïne, later, sinds de Turkse heroïne de markt is gaan domineren, gingen zij deze verkopen. Sinds de jaren negentig zijn er in Parijs Afrikaanse straatverkopers bijgekomen die soms een concurrentie betekenen voor de Tunesiërs. Afrikaanse straatverkopers bieden in de veel gevallen twee produkten aan, naast heroïne ook crack.[44]

Verkrijgbaarheid

Vergeleken met Nederland is het in Frankrijk op het eerste gezicht vrij moeilijk om heroïne te krijgen. Althans, het is veel minder zichtbaar dan in Nederland. Omdat zowel de gebruiker als de (kleine) handelaar te vrezen hebben van de politie, speelt de (klein)handel in Frankrijk zich vooral in het verborgene af.

Elk druggebruik is in Frankrijk volgens de wet een misdrijf waarvoor men in principe kan worden vervolgd. Cannabisgebruik mag dan weliswaar lang niet altijd worden vervolgd,[45] heroïnegebruik wordt dit in veel gevallen wel, al biedt de wet hiervoor een ontsnappingsclausule in de vorm van een te volgen kuur, de injonction thérapeutique. De heroïnegebruiker krijgt deze mogelijkheid echter niet ad infinitum aangeboden, maar meestal alleen bij een eerste constatering van het misdrijf druggebruik. Zelfs al wordt de gebruiker uiteindelijk niet vervolgd, hij wordt in ieder geval door de politie meegenomen naar het bureau, waar proces-verbaal wordt opgemaakt en de heroïnegebruiker enkele uren tot een nacht in verzekeringstelling moet doorbrengen. Ook wordt hem de hoeveelheid aangetroffen heroïne ontnomen. Deze omstandigheden hebben er toe geleid dat de handel zich vooral in het geniep afspeelt. Deze is dus minder zichtbaar, maar vindt natuurlijk wel plaats. Iemand die heroïne wenst, zal zijn waar toch wel weten te vinden.

Nogmaals, op het eerste gezicht is deze handel minder zichtbaar dan in bijvoorbeeld Nederland. Dit is echter ook betrekkelijk, het is namelijk ook sterk afhankelijk van waar men gaat kijken. Vergelijkt men bijvoorbeeld de Amsterdamse scene met die in Parijs, dan is het grote verschil dat de scene in Amsterdam zich grotendeels afspeelt in de binnenstad en dus veel beter zichtbaar is voor een leek of onbekende (zoals een toerist). In Parijs zijn de scenes wat periferer gelegen, zoals in het 18e arrondissement of in de voorsteden - in ieder geval gebieden waar een bezoeker of toerist niet zo snel zal komen. Voor de niet-ingewijde buitenstaander is de drugsscene in Parijs daarom veel minder zichtbaar dan in Amsterdam, terwijl dit verschil voor de heroïnegebruiker veel minder groot is.

Er zijn in de Parijse regio verschillende cafés te vinden waar aan de toog heroïne wordt verkocht. Deze bevinden zich bijvoorbeeld in Parijse wijken als Barbès, Goutte d'Or en Belleville, maar ook in sommige voorsteden zoals in het departement Seine-Saint-Deins.[46] Als men de weg een beetje weet (of een goede gids heeft), kan men in de Parijse regio ook plaatsen vinden waar veel dealers zijn geconcentreerd.[47]

Sinds enkele jaren doet zich in de Parijse regio een ontwikkeling voor dat heroïne niet altijd even gemakkelijk is te krijgen. Crack heeft op sommige plaatsen namelijk min of meer de plaats van de heroïne ingenomen. De reden hiervoor is dat sommige dealers liever crack verkopen dan heroïne omdat die handel in de eerste nu eenmaal lucratiever is. Een crackdosis is weliswaar goedkoper dan een dosis heroïne (200 frank tegen 100 frank) maar het effect van crack is van veel korter duur, dus de gebruiker zal zijn dealer weer snel opzoeken. Vanuit het oogpunt van de dealer is crack interessanter omdat deze stof beter klanten aan hem bindt.

Dat sommige heroïnegebruikers de 'overstap' maken van heroïne naar crack (in de zin van voornaamst gebruikte drug) heeft mogelijk te maken met de lage zuiverheid van heroïne en de hoge prijs die hiervoor moet worden betaald. Verschillende langdurige heroïnegebruikers wezen er bijvoorbeeld op men bij een heroïnedosis van 200 frank niet zeker is een flash te voelen, terwijl men deze zekerheid wel heeft bij een crackdosis van 100 frank, ook al is het effect in dat geval van korte duur.

Met name prostituées zijn overgestapt van heroïne op crack. Een onder hen veelgehoorde klacht is dat de lage kwaliteit heroïne niet meer verwarmt (normaliter krijgt men het warm van heroïne): l'héroïne ne rechauffe plus. Gelet op hun werkzaamheden is dit een belangrijk aspect en stappen zij dus liever over op een drug waar zijn nog wel enige 'waar' voor hun geld krijgen.

1.6  Conclusie

In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de aanbodzijde van heroïne: de handel.

Allereerst is beschreven uit welke landen de grondstof van heroïne, opium, vandaan komt en via welke routes zij naar Europa komt. Het overgrote deel van de heroïne op de Europese markt wordt gemaakt op basis van opium uit Afghanistan. Via landen als Pakistan, Iran en Turkije bereikt de heroïne of morfinebase vervolgens de Europese markt. Turkije speelt een sleutelrol in de verdere handel in de richting van Europa. Niet alleen is het land hiervoor uitermate geschikt gelet op zijn geografische ligging en zijn invloedssferen in met name Oostelijke richting, de Turkse diaspora in Europa maakt een verdere distributie goed mogelijk. Een vrij recente ontwikkeling is dat er in Turkije nu ook verschillende laboratoria zijn waar morfinebase wordt verwerkt tot heroïne.

De traditionele handelsroute van de heroïne vanuit Zuidoost-Europa naar West-Europa is de zogenaamde Balkanroute. Alhoewel deze route nog steeds belangrijk is, zijn de handelsroutes sinds de Balkanoorlog en het wegvallen van het ijzeren gordijn in sterke mate gediversificeerd. Steeds vaker lopen zij tegenwoordig via Oost-Europa. Een andere route die wordt gebruikt is de Middellandse Zee.

Ondanks de diversificatie van de handelsroutes, bereikt het grootste deel van de heroïne nog steeds via landroutes West-Europa. Of de heroïne nu via de traditionele Balkanroute of via Oost-Europa naar West-Europa komt, Duitsland is in de meeste gevallen de 'poort' tot de Europese Unie. Niet voor niets onderschept Duitsland 30% van de totale heroïnevangsten in de Europese Unie.

Wordt gekeken naar de heroïne die in Frankrijk wordt onderschept, dan blijkt een aanzienlijk en groeiend deel uit Nederland afkomstig. Ondanks de ernst van deze kwestie, moeten er toch ook enige kanttekeningen bij deze cijfers worden geplaatst. Zo is het bijvoorbeeld vreemd dat er zo weinig heroïne wordt onderschept uit landen als Duitsland, Italië, Turkije en Zwitserland. Het vermoeden bestaat dat de heroïne uit Nederland is oververtegenwoordigd in de Franse statistieken. Dit zou betekenen dat andere aanvoerroutes hierin zijn ondervertegenwoordigd. Daarnaast kan men zich afvragen of er überhaupt wel zo veel heroïne wordt onderschept in Frankrijk. Met het oog op de grootte van de Franse afzetmarkt en vergeleken met de heroïnevangsten van andere (grote) Westeuropese landen, zijn deze hoeveelheden in ieder geval weinig imponerend.

De prijs die voor heroïne in Frankrijk moet worden betaald is over het algemeen hoog. Bezien over heel Frankrijk bedraagt de prijs 800 tot 1.000 frank per gram.

De kwaliteit van de heroïne die wordt aangeboden is laag. Verschillende monsters die in Parijs zijn genomen wezen er op dat de zuiverheid over het algemeen lag tussen de 5% en 20%. In het 18e arrondissement van Parijs, een deel van de stad met veel verslaafden, is deze zeldzaam hoger dan 10%; een zuiverheid van 5% is hierbij zeker geen uitzondering. Dit is in overeenstemming met wat naar voren is gekomen uit de vele gesprekken die met verslaafden zijn gevoerd. Volgens hen is de kwaliteit de afgelopen jaren alsmaar gedaald.

Heroïne is op het eerste gezicht niet zo gemakkelijk te verkrijgen in Frankrijk. Dit is echter ook betrekkelijk en sterk afhankelijk van de plaats waar men gaat kijken. Een groot verschil met Nederland is namelijk dat de scenes in Frankrijk meestal veel periferer liggen dan in Nederland, en daardoor veel minder zichtbaar zijn voor de niet-ingewijde. Iemand die op zoek is naar heroïne, zal deze wel weten te vinden. In bepaalde wijken is het erg eenvoudig om heroïne te krijgen, evenals in sommige cafés in de Parijse regio.

De laatste jaren doet zich de ontwikkeling voor dat het soms eenvoudiger is om crack te vinden dan heroïne. Het is onduidelijk wat hier precies de oorzaak van is. Voor dealers is het in ieder geval vaak lucratiever om crack in plaats van heroïne te verkopen. Een mogelijke verklaring voor de populariteit van deze drug is dat de kwaliteit van de heroïne zo laag is.

[Previous] [Next]

 

Last update: May 25, 2016